Preek van de Week – Eeuwigheidszondag

november 24, 2025

Preek van de Week – Eeuwigheidszondag

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Eeuwigheidszondag. Iedere dag schijnt ander licht, maar dit is een dag die z’n eigen licht heeft— zacht, maar scherp genoeg om te raken. We noemen de namen van wie ons zijn voorgegaan. We noemen ook de namen van kinderen die gedoopt zijn — nieuw leven, nieuw begin, zomaar naast het stille gemis van vandaag. Het is alsof de hemel zelf even meeluistert.

Je merkt het misschien wel in jezelf: op zo’n dag draaien er twee werelden door elkaar. Aan de ene kant het verdriet dat nog steeds ergens knaagt, zelfs al is het jaren geleden. Aan de andere kant de hoop — die eigenwijze, vasthoudende hoop dat het niet ophoudt bij de dood. Dat degene die jij mist ergens leeft, ergens wordt omringd door licht waar geen schaduw meer overheen valt.

In Lucas 20 komt er een groep mensen naar Jezus toe die niets moet hebben van die hoop. De Sadduceeën. Zij geloven niet in de opstanding. De dood is voor hen een harde streep: tot hier en niet verder. Laten we eerlijk zijn: de dood is een oppervlakkige spelbreker die elk geluk verstoort, levensvreugde vernietigt. We vragen ons af: is de dood het einde of een overgang naar een verbazingwekkende nieuwe dimensie? Daar zouden we troost in kunnen vinden, maar de Sadduceeën zijn helemaal niet uit op troost maar om Jezus een hak te zetten. Zeven broers, één vrouw, allemaal gestorven, geen van allen kinderen. ( leviraatshuwelijk: sociale voorziening oude dag, familienaam blijft). En dan die vraag: “In de opstanding, van wie is zij dan de vrouw?”
Je hoort bijna het gesnuif, de spot. Geen pastorale vraag, geen gebroken hart dat zoekt naar zekerheid. Nee, een valstrik voor Jezus.

Maar Jezus weigert mee te gaan in hun platte werkelijkheid. Zoals Hij zo vaak doet, tilt Hij de discussie van de grond af, de hoogte in. Hij trekt het gesprek los uit het zwart-wit van onze eigen redeneringen en opent een venster naar de werkelijkheid van God — en daar waait altijd een frisse wind.

Het eerste wat Jezus duidelijk maakt: je kunt het leven na dit leven niet meten met de meetlat van dit bestaan. Onze relaties hier zijn kostbaar, diep en soms ook ingewikkeld. Maar ze functioneren binnen een wereld waar sterfelijkheid de klok slaat. Waar liefde soms tegen de tijd in moet roeien. Waar we altijd ergens bang zijn iets te verliezen.

Maar, zegt Jezus, in Gods toekomst is er geen verlies meer. Geen dood. Geen angst dat iemand je wordt afgenomen. Geen krampachtig vasthouden. De kinderen van de opstanding zijn gelijk aan engelen — niet om vleugels te romantiseren, maar om aan te geven: vrij, levend, geheel gedragen door God.

De Sadduceeën komen listig met woorden van Mozes uit de Schrift.
En dan komt Jezus ook met Mozes. Met de brandende struik. Een struik die in vlam staat maar niet verteert — beeld van een volk dat door de dood heen gedragen wordt. En daar, op die heilige grond, klinkt Gods Naam: “Ik ben die Ik ben.” ( Niet te vertalen: Zijner, Wezer). Of beter: “Ik zal er zijn.” De Naam die belooft: waar jij bent, daar zal Ik zijn. Met jouw leven, jouw vragen, jouw verdriet. God noemt zich de God van Abraham, Isaak en Jakob — mensen die al gestorven zijn — en daarmee zegt Hij: ze leven bij Mij. De dood heeft hen niet weggegumd. Hun naam staat geschreven in Mijn hart.
Dat is hoop die je omhoog tilt, zelfs wanneer je zelf nauwelijks overeind komt.

En vandaag, op Eeuwigheidszondag, brengen we dat verhaal naar onze eigen stoelen, onze eigen harten. Want wij noemen namen. Namen die voor altijd verbonden zijn met verhalen, met geuren, met plekken in huis waar iemand altijd zat. En het doet nog steeds pijn dat die plek nu leeg is. Rouw kent geen kalender; die luistert niet naar logica. Het ene moment gaat het goed, en het volgende zak je zomaar weer even weg.

Maar luister goed: Jezus zegt dat jouw geliefde niet verdwenen is in een soort eeuwige nacht. Ze zijn geborgen in de Aanwezige. In de God die leven wekt waar wij alleen einde zien. In de God die zegt: “Ik ben niet de God van doden, maar van levenden.”

Ja, dat troost. Maar vandaag wil ik je nog iets toevoegen. Iets wat misschien minder hemels klinkt, maar minstens zo heilig is: jij mag er zijn voor de ander die rouwt. Jij kunt licht vertegenwoordigen terwijl je zelf soms nauwelijks een lucifer durft aan te steken. Jij kunt liefde belichamen voor iemand die het even niet voelt. Rouw draag je niet alleen; het is geen privéproject. Soms is het genoeg als jij iets zegt als: “Ik weet niet wat ik moet zeggen, maar ik ben er.” Soms is het genoeg als je koffie zet of even een pannetje soep brengt. Soms als je zwijgt. Soms als je iemand uitnodigt om even te wandelen, omdat buitenlucht soms meer bidt dan woorden kunnen.

Als jij iemand kent die vandaag een naam hoort die pijn doet — wees die ene hand op een schouder. Dat ene appje later op de dag. Dat ene “hoe gaat het nou écht met je?” Jij bent nooit alleen ontvanger van troost; jij bent ook drager ervan. Drager van licht, zelfs als het flakkert.

Maar misschien zit jij hier en denk je: ik kan dat niet. Ik ben zelf nog aan het overleven. Ik heb mijn eigen as, mijn eigen brandplekken. Dan is dit de plek om te horen: Gods Naam is niet “je moet het maar kunnen.” Zijn Naam is: “Ik zal er zijn.” Voor jou. Met jou. In jou. En soms juist door jou heen.

Vandaag noemen we de namen van wie gestorven zijn. Maar we noemen óók de namen van twee kinderen die gedoopt zijn. Alsof God zelf zegt: kijk, Ik schrijf nieuwe verhalen terwijl oude verhalen bij Mij thuiskomen. Dood en leven staan niet tegenover elkaar, maar ín Mijn handen. En die handen zijn groot genoeg om alles te dragen.

Dus als jij straks de kerk uitloopt, laat dan één zin met je meegaan. Laat hem indalen zoals licht door dit gekleurd glasraam valt:

“Ik zal er zijn.”

Voor jouw geliefde.
Voor jou.
Voor elke naam die vandaag klinkt.
Voor elke traan die je niet kon tegenhouden.
Voor iedere glimlach die je toch nog durfde geven.
Voor de weg die je nog moet gaan.

Hij is de God van levenden.
En waar liefde is, daar leeft alles opnieuw.

Amen.

Meer berichten

Voorwoord

Voorwoord

Rijmen Ons beeld, ons ware wezen, Woord Gods in eigen vlees, volmaakt en zonder vrees, staat in de wet te lezen zo...

Lees meer