1 februari 2026. Oude Kerk Maasland.
Ds. Rianne Noordzij-Hijweege
Lucas 24, 15-16; Psalm 25

Geliefde broeders en zusters van onze Heer Jezus Christus, gemeente,
Na 3,5 jaar renoveren heb ik mijn huis een naam gegeven: “Huize Zijweeghe.”
Vanuit deze grand old lady is deze preek geschreven — gevoed door mijn 65-jarige
levensweg. Zestig is het getal van de mens, vijf is het getal van de Thora, van Gods weg.
Misschien geen toevallige optelsom, maar een zachte vingerwijzing van boven.
Daarom koos ik voor Psalm 25 en een fragment uit Lucas 24 — u weet wel: die twee op weg
naar Emmaüs op de eerste Paasdag.
Ze merken niets van de opstanding. Ze zien niet dat de dood is overwonnen, dat het kwaad
niet het laatste woord heeft. Ze keren terug van de stad van de toekomst naar het dorp van hun
verleden. De weg waarop zij dachten leven en vreugde te vinden, lijkt afgesloten:
“Doorgaand verkeer gestremd.”
Herkent u dat?
Ik herken het maar al te goed.
In het verlies van leven en gezondheid — in het afscheid van geliefden — voelde het alsof
mijn levensweg was geblokkeerd door een diepe, lege afgrond. En bijna vier jaar geleden, na
het overlijden van mijn man, belandde ik op een zijweg. Letterlijk zijn alle waterpompen
gesprongen, bleek het hout rot en door lekkages kwamen de plafonds naar beneden. Mijn huis
stond in puin.
Net als die twee uit Emmaüs:
ze lopen niet zingend, niet hoopvol, maar met gebogen hoofden. Teleurgesteld. Geen loflied
in hun ziel, geen licht in hun ogen. Hoop? Verdwenen.
Op het schilderij van Paul Klee, “Highway and Byways,” zie je talloze zijwegen.

Verlies kan je van de hoofdweg op een zijweg doen belanden waar je je hulpeloos en hopeloos
doet voelen. Een zijweg zonder bordjes, zonder overzicht, zonder kaart. Je voelt je klein,
verloren, stuurloos.
Verlies kan gaan om je geliefde — om wat je samen deed, om wie jij mocht zijn in die relatie.
Maar verlies kan ook je gezondheid zijn, de dingen die je zo graag deed en nu niet meer kan.
Of verlies van je werk, je waardigheid en de waardering voor alles wat je deed. Of verlies van
je zelfstandigheid en zelfredzaamheid, je vrijheid, je zekerheid.
Zelfs een kind kan gebroken zijn door het verlies van een hond, een kat, een kip of een konijn.
Verlies neemt verdriet met zich mee — en alle tranen moeten gehuild worden.
Zo lopen de Emmaüsgangers, ogen vol tranen. En ze merken niet eens dat Jezus al naast hen
loopt.
Op het volgende schilderij zie je die onvermoede derde — Hij die al dichtbij is, nog vóór zij
Hem herkennen.

Lieve mensen, wij kennen dit verhaal.
Wij weten inmiddels: welke weg je ook gaat, Jezus loopt allang naast je.
Dat is geen gevoel, geen ervaring — dat is belofte.
Zijn Naam is: IK BEN — en IK ZAL ER ZIJN.
Niet alleen op mooie dagen, maar juist op de donkere wegen.
Wij merken het niet altijd. Maar je kunt je er wél bewust van worden. Terugkijken en zien: Hij
droeg je. Hij hield je vast. Hij liet je niet los. En als vooruitkijken je bang maakt, kijk dan
naast je…
Elke zondag beginnen wij daarom met die krachtige belijdenis:
“Onze hulp is in de NAAM van de HEER…”
Niet in wat jij ziet. Niet in wat jij voelt. Maar in wie Hij is.
Ik moet dan denken aan dat bekende gedicht van de voetstappen in het zand.
Waar jij maar één paar voetstappen ziet, daar droeg Hij jou.
Dus als je terugkijkt vraag jezelf dan eens af:
Wie was jouw steun? Wie keek jou liefdevol aan? Wie gaf je kracht toen je dacht dat je niet
verder kon? Voor mij is geloof vertrouwen op mijn hemelse Vader geworden, hoop, hoopvol
vooruitkijken en voor liefde zou ik vriendschap willen invullen.
Afgelopen vrijdag maakten wij met vrouwen van Maasland, “Over-zij”, een wandeling.
Onderweg stonden we stil bij wat Paulus schreef aan de Filipenzen 3, 13-14: Ik vergeet wat
achter mij ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af. Paulus zegt
eigenlijk: geen zelfkastijding over wat niet lukte, maar focus. Kijk niet voortdurend in de
achteruitkijkspiegel, maar loop vooruit. Dat past bij een wandeling: je kunt niet lopen terwijl
je steeds omkijkt zonder te struikelen.
Zo vindt vertrouwen in liefde de weg naar hoop op de toekomst. Drie sterren aan mijn
nachtelijke hemel.
Ik heb moeten leren de regie los te laten. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik de weg niet
meer kende. En toch: vertrouwen heeft mij hier gebracht — in mijn 65ste jaar, in mijn
gerenoveerde huis, omringd door familie en vrienden. En nu 5 jaar predikant in Maasland.
Dankbaar en blij.
Mijn huis heet nu Huize Zijweeghe — een speelse variant op mijn meisjesnaam Hijweege,
maar vooral een ode aan mijn hemelse Vader die mij leidde.
“Zijweeghe” herinnert mij eraan: soms moet je van de hoofdweg af.
De zijweg van het Evangelie. De weg van de blijde boodschap. De weg van het léven.
Want we rennen, plannen, presteren, regelen — en verliezen ons evenwicht.
Maar wanneer een geliefde sterft, word je radicaal stilgezet bij de eindigheid van dit bestaan.
En dan klinkt Psalm 25 als een gebed op jouw lippen:
Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
Liefde en trouw zijn de weg van de HEER.
Mijn hart is vol angst — bevrijd mij.
Zie mij in mijn nood en ellende,
vergeef mij mijn zonden.
Behoed mij en bevrijd mij,
op U is mijn hoop gevestigd.
En zo kom je — net als de Emmaüsgangers — thuis.
Niet omdat jij de weg vond, maar omdat de HEER je vergezelde.
Hoe maakt Hij zich kenbaar?
In het Avondmaal.
Concreet. Tastbaar. Proefbaar. Hoorbaar.
Zijn lichaam gegeven voor jou.
Niet alleen voor je zonden, maar ook voor je schuldgevoel, je angst, je schaamte, je twijfel.
Hij bevrijdt je van het angstvirus en geeft je de moed om te gaan in Zijn kracht.
Zoals 1 Petrus zegt:
Hij heeft voor jou een onvergankelijke, ongerepte erfenis bewaard — kostbaarder dan goud.
Jouw eindbestemming is niet verlies, maar redding en genade.
Daarom: lees elke dag een klein stukje uit de Bijbel.
Niet als plicht, maar als ontmoeting.
God spreekt jou persoonlijk aan in een woord, een zin als leiding en bemoediging. Volg je
hart — want dat is georiënteerd op Zijn Woord.
En die twee van Emmaüs?
Ze zien ineens de weg. En ze keren meteen om — dwars door de woestijn van het leven,
terug naar Jeruzalem om dit grote nieuws hun broeders en zusters te vertellen: Hij leeft!
Zij lopen de Messiaanse weg, de weg van verlangen, de weg van hoop.
In de woestijn bloeien bloemen van belofte.
Want er is een bron in jouw dorre land — en manna, brood voor het leven.
Sta op.
Ontvang het levensbrood.
Drink alvast van de wijn van het Koninkrijk.
De nacht is voorbij.
Dit is een morgen ongedacht.
Gods dag is aangebroken.
Niets — werkelijk niets — kan ons scheiden van Gods liefde.
Want liefhebben is de weg ten leven.
Amen.


