God ontmoeten
Gebedsgenezing is in. In de voormalige Maranathakerk in Maassluis kwam Jelthe Kloens, een discipel van de bekende gebedsgenezer Tom de Wal, vertellen dat het gebed alle ziektes kan genezen. Aldus een bericht van onder andere RTV Rijnmond. Westlanders.nu schrijft dat er ook gebedsgezingsbijeenkomsten zijn in Maasdijk, Monster en Vlaardingen. Genezingen zijn nog niet gerapporteerd, maar RTV Rijnmond suggereert dat mogelijk een vrouw van uitgezaaide borstkanker is genezen.
Lastig is dat uitgezaaide borstkanker een moderne medische diagnose is. In Bijbelse tijden was deze diagnose totaal onbekend. Diagnoses verliepen anders. In het algemeen geloofde in die tijd iedereen dat ziektes het gevolg konden zijn van goddelijk ingrijpen of dat goddelijk ingrijpen een ziekte kon afweren. In de tijd van Jezus werden ziekten vaak toegeschreven aan de zonde. In Johannes 9 vragen Jezus’ leerlingen over een blindgeborene aan Jezus: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ en in Marcus 2 zei Jezus eerst tegen een verlamde man: ‘Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven.’ Vergeving van zonden ligt in het nieuwtestamentisch denken dicht bij genezing. In Marcus 2 wordt de man die vergiffenis heeft ontvangen vervolgens genezen.
Gebedsgenezing gaat uit van een totaal andere werkelijkheidsbeleving dan de moderne medische wetenschap. In het Bijbelse denken over genezing moet de door een ziekte getroffene opnieuw in relatie tot God worden gebracht. Ziekten zijn de zichtbare kant van de zonde. Een mooi voorbeeld hiervan is iemand die aan huidziekte lijdt. Hij is onrein. Bij genezing moest hij zich rein laten verklaren door de priester, zoals we in het verhaal van Lucas 17 vernemen. Soms wordt een ziekte gepersonifieerd als een demon, een kwade macht, die van iemand bezit heeft genomen. Die kwade macht staat tegenover God. Hij moet worden uitgedreven om de relatie tussen God en mens te herstellen.
Bij genezing stond niet de genezing zelf, maar het herstel van de relatie met God centraal. Dat kon zich uiten in een genezing, maar dat was zeker niet altijd zo. Zo vertelt Paulus in 2 Korintiërs 12 over een doorn die hij heeft in het vlees. Letterlijk schrijft hij: ‘Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt ervoor te zorgen dat hij bij me wegging. Zijn antwoord was: ‘Je hebt genoeg aan mijn genade, want mijn kracht openbaart zich juist ten volle wanneer iemand zwak is.’’ (7-9).
Ik was nog maar kort predikant toen ik bij een zeer ernstig zieke geroepen werd. Uit de Bijbel las ik Psalm 121: ‘De HEER behoedt je voor alle kwaad, / Hij waakt over je leven …’ Vervolgens vouwde ik mijn handen om de handen van de ondertussen rustig geworden zieke. Ik bad het Lutherse avondgebed. Ongeveer bij de woorden ‘Blijf bij ons / wanneer over ons komt / de nacht van beproeving en van angst, / de nacht van twijfel en aanvechting, / de nacht van de strenge, bittere dood’ blies ze de laatste adem uit. Vergeving opent inderdaad de weg naar het leven, de weg naar God. Maar dat valt lang niet altijd samen met onze menselijke categorieën. Wie klaar is om God te ontmoeten, heeft niet altijd nog een heel leven nodig.
Wim de Ruyter

