Voorwoord

Psalm 32:8

“Ik onderwijs je en wijs je de weg die je moet gaan. Ik geef raad, op jou rust mijn oog.”
Vorige week mocht ik een bijzondere ervaring beleven op Circuit Zandvoort. Een cadeau waar
ik al lang naar uitkeek: een dag rijden in sportwagens, met als hoogtepunt een rode Ferrari. De
ochtend begon met een slipcursus, slalomrijden en een racesimulator. Dat laatste bleek
confronterend. Hoewel ik alle bochten van het circuit uit mijn hoofd had geleerd, crashte ik in
de simulator maar liefst zeven keer: ik reed veel te hard en remde niet op tijd. Eerlijk gezegd
vond ik het doodeng om het echte circuit op te gaan. Ik was niet van plan om diezelfde
middag rechtstreeks de hemel binnen te rijden. Ik denk dat ze daar verbaasd zouden opkijken:
“Ben je er nu al?”
Gelukkig ging het op het echte circuit heel anders. Voor ons reed steeds een ervaren coureur.
Hij kende elke bocht, bepaalde het tempo en hield mij voortdurend in de gaten. Als ik
aarzelde, nam hij gas terug. Zag hij dat het goed ging, dan gaf hij wat meer ruimte. Ik hoefde
niet alles zelf te weten; ik hoefde alleen maar zijn rijlijn te volgen.
Het was een fantastische ervaring. Ik dacht: zo is het in het leven eigenlijk ook.
Wij kennen de weg niet altijd. Soms zien we de volgende bocht niet eens aankomen. Maar
God nodigt ons uit om onze ogen gericht te houden op Hem, die de weg wél kent. In Psalm
32:8 belooft Hij: “Ik onderwijs je en wijs je de weg die je moet gaan. Ik geef raad, op jou rust
mijn oog.”
God heeft ons Iemand gegeven die ons voorgaat. Geen coureur die zelf indruk wil maken,
maar Iemand met alle levenservaring. Jezus kent elke bocht van de weg. Hij weet waar je
moet afremmen en waar je juist gas kunt geven. Hij ziet verder dan jij kunt kijken.
Dat vond ik misschien nog wel het mooiste van die dag. Ik hoefde niet zelf voortdurend op de
perfecte lijn te letten. Ik hoefde alleen maar mijn voorganger in het oog te houden. Als hij
remde, remde ik. Als hij versnelde, versnelde ik. En als hij merkte dat ik het spannend vond,
paste hij zijn tempo aan. Hij reed niet alleen vóór mij, hij reed mét mij. En….je mocht elkaar
niet inhalen.
Is dat niet precies hoe God met ons omgaat?
Wij denken vaak dat wij zelf de ideale route moeten uitstippelen. Dat we geen fouten mogen
maken en precies moeten weten welke bocht er na de volgende komt. Maar Jezus zegt iets
heel anders: “Volg Mij.”
Hij belooft niet dat de weg recht zal zijn. Er zijn Tarzan haarspeldbochten, onverwachte
uitwijkmanoeuvres na de Mastersbocht en momenten waarop je denkt: dit red ik nooit. Maar
Hij laat je niet achter. Hij houdt rekening met jouw tempo. Als jij aarzelt, jaagt Hij je niet op.
Als Hij ziet dat je gegroeid bent, geeft Hij je wat meer ruimte. Steeds blijft Hij vóór je, zodat
jij veilig kunt volgen.
Ineens kreeg die Ferrari voor mij een diepere betekenis. Niet de kracht van de motor maakte
de meeste indruk, maar het vertrouwen dat groeide omdat er iemand vóór mij reed. Daardoor
durfde ik meer dan ik ooit had gedacht.
Misschien is geloven meer vertrouwen. Niet dat je zelf een perfecte coureur wordt, maar dat
je leert vertrouwen op Degene die de weg al kent.
Want ik hoefde niet de weg te kennen. Ik hoefde alleen mijn ogen gericht te houden op
Degene die de weg al kende en ik reed de mooiste bocht van allemaal.

ds. Rianne Noordzij